ECLI:NL:RBROT:2012:BV7153
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen verstekvonnis wegens niet tijdige betaling griffierecht
In deze zaak is door de rechtbank Rotterdam een vonnis gewezen in verzet tegen een eerder verstekvonnis dat was uitgesproken wegens niet tijdige betaling van het griffierecht door de gedaagde. De rechtbank stelt vast dat de gedaagde het griffierecht te laat heeft voldaan, namelijk pas op 9 februari 2012 terwijl de betaling uiterlijk op 25 januari 2012 had moeten plaatsvinden.
De rechtbank verwijst naar de wettelijke bepalingen in artikel 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken en artikel 147 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, die de betalingstermijnen en gevolgen van niet tijdige betaling regelen. Hoewel het verstekvonnis kracht van gewijsde dreigt te krijgen, biedt de rechtbank de gedaagde alsnog de mogelijkheid om zich schriftelijk uit te laten over de te late betaling en een gemotiveerd verzoek tot toepassing van de hardheidsclausule in te dienen.
De procedure wordt gestructureerd met een rolzitting op 29 februari 2012 voor het nemen van een akte door de gedaagde en, indien nodig, een antwoordakte van eiseres Cardif op 7 maart 2012. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan totdat deze stappen zijn doorlopen. Het vonnis is uitgesproken door mr. Th. Veling op 22 februari 2012.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft de gedaagde gelegenheid zich uit te laten over de niet tijdige betaling van het griffierecht en een verzoek tot toepassing van de hardheidsclausule te doen.