ECLI:NL:RBROT:2012:BV7511
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- W.J.J. Wetzels
- H.J.M. van der Kaaij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid in civiele procedure
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rolrechter in een civiele procedure, stellende dat de rechter partijdig zou zijn vanwege het niet toestaan van verdere uitstel voor het indienen van conclusies. Verzoeker vreesde dat hierdoor het beginsel van hoor en wederhoor werd geschonden en dat belangrijke belangen in de procedure nadelig zouden worden beïnvloed.
De wrakingskamer heeft het dossier bestudeerd en de standpunten van partijen gehoord tijdens de zitting. De rechter heeft gemotiveerd toegelicht dat de beslissing om geen verder uitstel te verlenen gebaseerd was op de goede procesorde en dat er geen sprake was van vooringenomenheid. Tevens is vastgesteld dat verzoeker en zijn gemachtigde meerdere malen zijn geïnformeerd over de termijn en dat er geen gemotiveerd verzoek tot uitstel was ingediend.
De wrakingskamer oordeelt dat een onwelgevallige beslissing van een rechter op zichzelf geen grond voor wraking vormt, tenzij deze zo onbegrijpelijk is dat er een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid bestaat. Dit is hier niet het geval. De vrees van verzoeker voor partijdigheid wordt niet objectief gerechtvaardigd geacht. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.