ECLI:NL:RBROT:2012:BV7513
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- W.J.J. Wetzels
- H.J.M. van der Kaaij
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter-commissaris niet-ontvankelijk wegens beëindiging behandeling zaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die de rechtmatigheid van zijn inverzekeringstelling en de vordering tot inbewaringstelling behandelde. De wrakingskamer oordeelde dat wraking alleen mogelijk is zolang de zaak bij die rechter nog in behandeling is. Omdat een andere rechter-commissaris inmiddels een beslissing had genomen en de zaak niet langer bij de gewraakte rechter-commissaris lag, was het verzoek niet-ontvankelijk.
Verzoeker stelde dat de rechter-commissaris reeds een beslissing had genomen in de zaak van zijn medeverdachte, zijn tweelingbroer, en daardoor vooringenomen zou zijn. De wrakingskamer vond echter geen bijzondere omstandigheden die een vermoeden van vooringenomenheid rechtvaardigden. De rechter-commissaris had de zaak van verzoeker niet behandeld en het feit dat de medeverdachte een ander signalement had en dat de rechter-commissaris een verweer in diens zaak had afgewezen, leidde niet tot een schijn van partijdigheid.
De wrakingskamer benadrukte dat een rechter-commissaris uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Het verzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris is niet-ontvankelijk verklaard omdat de zaak niet langer bij deze rechter in behandeling was.