ECLI:NL:RBROT:2012:BV8731
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ’t Laar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
Eiser heeft een verzoek tot naturalisatie ingediend, maar dit werd door verweerder afgewezen omdat eiser geen gelegaliseerde geboorteakte en geldig buitenlands paspoort kon overleggen. Eiser stelde zich op het standpunt dat hij in bewijsnood verkeerde vanwege onveiligheid in Irak en zijn persoonlijke omstandigheden, en dat hij geen mogelijkheid had om de documenten te verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat eiser weliswaar een poging had gedaan via de ambassade in Nederland, maar onvoldoende had aangetoond dat hij al het mogelijke had gedaan om de documenten te verkrijgen, bijvoorbeeld door tussenkomst van derden in Irak. De verklaringen van de consul waren onvoldoende om bewijsnood aan te nemen. Ook het feit dat eiser een verblijfsvergunning had gekregen met aanname van Iraakse nationaliteit deed niet af aan de verplichting tot het overleggen van de gevraagde documenten.
De rechtbank volgde verweerder in zijn standpunt dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het onmogelijk was om naar Irak te reizen of dat hij iemand had gemachtigd om de documenten te verkrijgen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.