ECLI:NL:RBROT:2012:BV9152
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J.J. Wetzels
- H. van Lokven-van der Meer
- E.R. Houweling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris na beëindiging procedure
In deze strafzaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die het verzoek ex artikel 36a Sv had behandeld en afgewezen. Verzoeker betoogde dat de beschikking van 2 februari 2012 onbegrijpelijk was en dat daardoor de schijn van partijdigheid en vooringenomenheid ontstond. Tevens stelde hij dat het recht om getuigen die belastend verklaren te horen, niet mocht worden beperkt door zijn zwijgrecht.
De rechter-commissaris en het Openbaar Ministerie voerden aan dat de procedure met de beschikking van 2 februari 2012 was afgesloten en dat het wrakingsverzoek daarom niet-ontvankelijk was. Daarnaast werd gesteld dat de rechter-commissaris haar discretionaire bevoegdheid had uitgeoefend en dat er geen sprake was van onbegrijpelijkheid of partijdigheid.
De rechtbank oordeelde dat de rechter-commissaris niet langer als behandelend rechter kon worden aangemerkt omdat de procedure was beëindigd. Het wrakingsverzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker werd gewezen op de mogelijkheid een nieuw verzoek ex artikel 36a Sv in te dienen nadat hij door de politie was gehoord, waarna de situatie opnieuw kan worden beoordeeld.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is niet-ontvankelijk verklaard omdat de procedure was beëindigd.