ECLI:NL:RBROT:2012:BV9154
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J.J. Wetzels
- H. van Lokven-van der Meer
- E.R. Houweling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter bij verlenging ondertoezichtstelling
In deze zaak diende de rechtbank Rotterdam een wrakingsverzoek af te wijzen dat was gericht tegen de kinderrechter die de verlenging van een ondertoezichtstelling behandelde. Verzoeker stelde dat de rechter niet adequaat had getoetst of het plan van aanpak van Bureau Jeugdzorg volledig en waarheidsgetrouw was, en dat daardoor de schijn van partijdigheid was gewekt.
De rechter had het verweerschrift van verzoeker, met daarin 77 vragen en een bezwaarschrift tegen het plan van aanpak, kort voor de zitting ontvangen. De rechter besloot daarom niet terstond te beslissen, maar eerst de mondelinge behandeling af te ronden en zich daarna te beraden. Verzoeker vond dat dit een reden was voor wraking, omdat de rechter zijn stukken niet serieus zou nemen.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter uit hoofde van zijn functie onpartijdig wordt vermoed en dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond voor wraking is. Ook was geen sprake van een onbegrijpelijke beslissing die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleverde. De rechter had gemotiveerd gehandeld door de behandeling zorgvuldig te willen afronden en daarna te beslissen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer voor wrakingszaken op 14 maart 2012.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor partijdigheid.