ECLI:NL:RBROT:2012:BV9307
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Damsteegt
- E.R. Houweling
- D. Brugman
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens tewerkstelling van derdelanders zonder vergunning is terecht
Eiseres kreeg een boete van €168.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) door 21 vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning te laten werken. De rechtbank oordeelt dat eiseres terecht als werkgever in de zin van de Wav wordt aangemerkt, mede op grond van de Consortium Agreement met D, waarbij zij volledige verantwoordelijkheid droeg voor de werkzaamheden.
De rechtbank verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 10 februari 2011 (Vicoplus) en 21 oktober 2004 (Commissie/Luxemburg) en concludeert dat de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten een dienstverrichting is waarbij de werknemer onder toezicht van de inlenende onderneming werkt. De feiten tonen aan dat de vreemdelingen onder leiding van D werkten en dat de verplaatsing van deze werknemers het doel van de dienstverlening was, waardoor de vergunningplicht terecht geldt.
Eiseres betoogde dat sprake was van aanneming van werk en dat de vrijheid van dienstverlening zich verzet tegen de vergunningplicht, maar deze argumenten faalden. Ook het beroep op het vertrouwen dat geen boete zou volgen bij tijdige notificatie werd verworpen. De rechtbank oordeelt dat de boete passend is, ondanks het ontbreken van opzet, omdat verwijtbaarheid geen vereiste is voor overtreding van de Wav. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens tewerkstelling van derdelanders zonder vergunning wordt ongegrond verklaard.