ECLI:NL:RBROT:2012:BV9309
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Damsteegt
- E.R. Houweling
- D. Brugman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens tewerkstelling derdelanders zonder vergunning
Shell Nederland Raffinaderij B.V. kreeg een boete van €40.000,- opgelegd wegens het tewerkstellen van vijf vreemdelingen uit derde landen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning. De vreemdelingen verrichtten werkzaamheden via een Sloveense onderneming en onder toezicht van een Nederlandse aannemer.
De rechtbank oordeelde dat de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten aan de orde was en niet aanneming van werk, conform het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 10 februari 2011 (Vicoplus). Hierdoor was de vergunningplicht terecht opgelegd. De vrijheid van dienstverlening en het EU-recht stonden deze regeling niet in de weg.
Shell voerde aan dat zij niet als werkgever kon worden aangemerkt en dat de boete gematigd moest worden wegens het ontbreken van opzet en goede behandeling van de werknemers. Deze verweren werden verworpen. De rechtbank stelde dat het werkgeversbegrip in de Wav ruim is en dat de boete passend was gegeven de ernst van de overtreding en het ontbreken van de vergunning.
De rechtbank wees ook het beroep op vertrouwen op een brief van de Arbeidsinspectie af, omdat hierin duidelijk werd gesteld dat aan alle voorwaarden moest worden voldaan. Tevens werd het beroep op dubbele bestraffing verworpen omdat de entiteiten afzonderlijk verantwoordelijk waren.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €40.000,- wegens tewerkstelling van vijf derdelanders zonder vergunning.