ECLI:NL:RBROT:2012:BV9315

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 11/1638 WOB – T2
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet openbaarheid van bestuurWet waardering onroerende zaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen weigering verstrekking gemiddelde WOZ-waarde vermindering op bezwaar

Eiser verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) informatie over het aantal in 2009 ingediende WOZ-bezwaarschriften en de gemiddelde vermindering van de WOZ-waarde in uitspraken op bezwaar bij de gemeente Rotterdam. Verweerder verwees voor aantallen naar het Burgerjaarverslag 2009 en gaf aan dat de gevraagde gegevens over gemiddelde waardevermindering niet worden geregistreerd en daarom niet verstrekt kunnen worden.

Eiser stelde dat de gevraagde informatie eenvoudig te genereren zou zijn, maar verweerder verklaarde dat het verouderde automatiseringssysteem deze gegevens niet kan leveren, ook niet voor managementdoeleinden. De rechtbank achtte deze verklaring niet onaannemelijk en verwierp het beroep.

Het onderzoek vond plaats op 31 januari 2012, waarbij eiser niet verscheen. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen informatie te verstrekken over de gemiddelde vermindering van de WOZ-waarde bij bezwaar is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector Bestuursrecht
Meervoudige kamer
Reg.nr.: AWB 11/1638 WOB – T2
Uitspraak in het geding tussen
X, wonende te Eindhoven, eiser,
en
de algemeen directeur Gemeentebelastingen Rotterdam, verweerder.
1 Ontstaan en loop van de procedure
Bij besluit van 8 februari 2011 (hierna het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het besluit van 23 december 2010 ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 januari 2012. Eiser is met kennisgeving niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Lankhaar.
2 Overwegingen
2.1 Bij brief van 24 november 2010 heeft eiser het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: WOB) verzocht mee te delen welk aantal van de in 2009 bij de gemeente Rotterdam ingediende bezwaarschriften in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: WOZ) is afgewezen dan wel toegewezen, alsmede met welk bedrag de WOZ-waarde in de uitspraken op bezwaar gemiddeld is verminderd.
Bij besluit van 23 december 2010, zoals gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft verweerder op het verzoek beslist. Voor gegevens inzake de aantallen bezwaarschriften heeft verweerder verwezen naar het op internet gepubliceerde Burgerjaarverslag 2009. Wat betreft de verzochte gegevens over de gemiddelde vermindering van de WOZ-waarde in bezwaar heeft verweerder meegedeeld dat deze niet worden geregistreerd en dus niet kunnen worden verstrekt.
2.2 Eiser betoogt dat de door hem verzochte informatie over de gemiddelde vermindering van de WOZ-waarde in uitspraken op bezwaar eenvoudig te genereren is en dus ten onrechte niet is verstrekt.
Deze stelling leidt niet tot gegrondverklaring van het beroep. Verweerder heeft verklaard dat hij niet beschikt over de door eiser gevraagde informatie en dat deze evenmin eenvoudig te genereren is. Desgevraagd heeft de gemachtigde van verweerder ter zitting uitdrukkelijk bevestigd dat het – verouderde - automatiseringssysteem waarin de gemeente de gegevens over de toepassing van de WOZ registreert, daartoe (nog) niet de mogelijkheid biedt, ook niet voor managementdoeleinden.
Deze verklaring van verweerder acht de rechtbank niet onaannemelijk.
2.3 Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding.
3 Beslissing
De rechtbank,
recht doende:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gedaan door mr. T. Damsteegt, voorzitter, en mr. E.R. Houweling en mr. D. Brugman, leden, in tegenwoordigheid van C.E. Delvaux, griffier.
De griffier: De voorzitter:
Uitgesproken in het openbaar op: 15 maart 2012.
Een belanghebbende - onder wie in elk geval eiser wordt begrepen - en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage. De termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.
Afschrift verzonden op: