ECLI:NL:RBROT:2012:BW0865
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijdering schuine punt garage voor behoorlijke uitoefening erfdienstbaarheid
In deze civiele zaak stond de vraag centraal hoe de eigenaar van het dienend erf de eigenaar van het heersend erf moet faciliteren bij de uitoefening van een erfdienstbaarheid. Eiser stelde dat alleen het verwijderen van een punt van de garage onvoldoende was om zijn perceel met de auto te bereiken, terwijl gedaagden vonden dat deze maatregel volstond.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom de eerdere, minder verstrekkende maatregel niet langer voldeed. De rechtbank stelde vast dat de uitoefening van de erfdienstbaarheid op de minst bezwarende wijze moet plaatsvinden conform artikel 5:74 BW Pro. Gedaagden werden veroordeeld de schuine punt van de garage te verwijderen en verwijderd te houden, conform een tekening in het dossier.
Daarnaast werd de proceskostenverdeling na het eerste tussenvonnis gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De gevorderde dwangsom werd beperkt tot maximaal €20.000 met een dagboete van €1.000 bij niet-naleving binnen één maand. Een bestuursrechtelijke handhaving van de garage werd door de rechtbank afgewezen als onderdeel van deze civiele procedure.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld de schuine punt van de garage te verwijderen en verwijderd te houden, met een dwangsom bij niet-naleving.