ECLI:NL:RBROT:2012:BW1059
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar bij aanvraag WWB-uitkering
Eiser diende via zijn gemachtigde een brief in die als aanvraag voor een WWB-uitkering werd gezien. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet in behandeling te kunnen nemen en wees de formulieren retour, waarna eiser bezwaar maakte tegen deze brief. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen aanvraag zou zijn.
Later nam verweerder een besluit om de aanvraag alsnog in behandeling te nemen, maar vervolgens werd de aanvraag weer niet in behandeling genomen wegens ontbrekende bewijsstukken en niet verschijnen op een afspraak. De rechtbank oordeelde dat het besluit om de aanvraag in behandeling te nemen geen beslissing op bezwaar is en dat verweerder inconsistent handelde door de brief eerst niet als aanvraag te erkennen, later wel, en daarna weer niet.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb en oordeelde dat de brief van 11 oktober 2011 wel als aanvraag moet worden beschouwd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.