ECLI:NL:RBROT:2012:BW1442
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg testament en toepassing ontbindende voorwaarde bij fideï-commissaire making
De zaak betreft de uitleg van een testament waarin een fideï-commissaire making is opgenomen met een ontbindende voorwaarde die het fideï commissair verband beëindigt indien de erfgenaam een overheidsbijdrage aanvraagt en ontvangt waarbij het eigen vermogen eerst moet worden aangesproken.
Eiser, zoon van de erflaatster, ontving ten tijde van het testament en het overlijden van zijn moeder al een bijstandsuitkering krachtens de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars (WWIK). De vraag was of deze situatie de ontbindende voorwaarde activeert, waardoor zijn kinderen in zijn plaats zouden treden als erfgenamen.
De rechtbank oordeelt dat strikt genomen de ontbindende voorwaarde niet van toepassing is omdat eiser geen nieuwe aanvraag van een overheidsbijdrage heeft gedaan na het overlijden. De bedoeling van de erflaatster was niet om eiser te onterven vanwege zijn uitkering, maar om te voorkomen dat derden buiten zijn kinderen zouden erven.
De vordering van eiser wordt toegewezen en de vorderingen van gedaagde 3 worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familieverhoudingen en de aard van het geschil.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat de ontbindende voorwaarde niet van toepassing is en wijst de vordering van eiser toe.