ECLI:NL:RBROT:2012:BW1534
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Kwalificatie gehuurd pand als museumruimte en verlenging ontruimingstermijn
De zaak betreft een geschil over de kwalificatie van een gehuurd pand te Rotterdam, gebruikt als museum, en de rechtsgeldigheid van de opzegging van de huurovereenkomst door de verhuurder. De kernvraag was of het pand moet worden aangemerkt als bedrijfsruimte volgens artikel 7:290 BW Pro of als een overige gebouwde onroerende zaak onder artikel 7:230a BW. De huurder betoogde dat het pand een bedrijfsruimte is vanwege de aanwezigheid van horeca-activiteiten, zalenverhuur en een museumwinkel, terwijl de verhuurder stelde dat het pand hoofdzakelijk als museum wordt gebruikt.
De rechtbank heeft tijdens een gerechtelijke plaatsopneming vastgesteld dat de hoofdactiviteit het exploiteren van een museum is en dat de overige activiteiten ondergeschikt zijn. De zalen voor verhuur zijn niet publiek toegankelijk en de museumwinkel is beperkt van omvang. Hierdoor kwalificeert het pand als een 7:230a BW ruimte. De opzegging door de verhuurder, namens de dienst Jeugd, Onderwijs en Samenleving (JOS), is rechtsgeldig geacht, mede omdat JOS bevoegd was en de opzegtermijn van drie maanden niet onredelijk werd bevonden.
Hoewel de huurder een langere opzegtermijn wenste vanwege de lange huurperiode en het bijzondere karakter van het museum, oordeelde de rechtbank dat de wettelijke regeling voldoende bescherming biedt. De ontruimingstermijn is echter verlengd tot 30 juni 2012, omdat partijen overeenstemming bereikten over deze verlenging. De gebruiksvergoeding blijft gelijk aan de laatst geldende huurprijs van €4.537,80 per kwartaal. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De huurovereenkomst is rechtsgeldig opgezegd als 7:230a BW ruimte en de ontruimingstermijn wordt verlengd tot 30 juni 2012 met een gebruiksvergoeding van €4.537,80 per kwartaal.