ECLI:NL:RBROT:2012:BW3239
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen openbaarmaking boetebesluit door AFM
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde aan verzoekster een bestuurlijke boete van €200.000 op wegens overtreding van artikel 39 van Pro de Pensioenwet, met als sanctie tevens de openbaarmaking van het boetebesluit op grond van artikel 188 van Pro dezelfde wet. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze besluiten en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de openbaarmaking zou schorsen.
Tijdens de zitting op 16 februari 2012 betoogde verzoekster dat openbaarmaking niet gerechtvaardigd was omdat alle gewezen deelnemers inmiddels correct geïnformeerd zouden zijn en dat het openbaar maken van het boetebesluit reputatieschade zou veroorzaken. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat artikel 188 van Pro de Pensioenwet niet beperkt is tot de bescherming van direct betrokken pensioen- of aanspraakgerechtigden en dat het algemene belang van transparantie en alertheid bij deelnemers zwaarder weegt.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het belang van AFM om scherp toezicht te houden en deelnemers te informeren over informatieverstrekking bij beëindigingbrieven groter is dan het belang van verzoekster bij geheimhouding. Ook vond de rechter dat de reputatieschade voortvloeit uit het onjuiste handelen dat de boete rechtvaardigt en dat de openbaarmaking niet strafrechtelijk van aard is.
Ten slotte werd geoordeeld dat de motivering van het boetebedrag niet ondeugdelijk is en dat er geen reden is om de openbaarmaking voorlopig te schorsen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot schorsing van de openbaarmaking van het boetebesluit wordt afgewezen.