ECLI:NL:RBROT:2012:BW5192
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij te late betaling griffierecht en beoordeling beslaglegging in koopwoninggeschil
In deze zaak vordert de gedaagde ontslag van de instantie wegens te late betaling van het griffierecht door eiseres. De rechtbank constateert dat het griffierecht pas ruim na de termijn van vier weken na de eerste verschijning is betaald. Normaal leidt dit tot ontslag van de instantie, maar de rechtbank past de hardheidsclausule toe vanwege administratieve verwarring binnen de griffie bij de overgang naar nieuwe wetgeving.
Daarnaast is er een geschil over een koopovereenkomst van een woning waarbij eiseres betaling van een boete van €26.650 vordert wegens niet-nakoming door gedaagde. Gedaagde stelt dat hij tijdig een beroep heeft gedaan op het financieringsvoorbehoud en verzoekt opheffing van het conservatoir beslag dat eiseres heeft gelegd. De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende bewijs is om summierlijk van ondeugdelijkheid van de vordering van eiseres te spreken en wijst het verzoek tot opheffing van het beslag af.
De rechtbank beveelt een comparitie van partijen om nadere inlichtingen te verkrijgen en te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is. Tevens wordt bepaald dat partijen in persoon aanwezig moeten zijn bij de comparitie. De proceskosten worden toegerekend aan gedaagde.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot ontslag van de instantie en opheffing van het beslag af en beveelt een comparitie van partijen.