ECLI:NL:RBROT:2012:BW5475
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- M. Schoneveld
- J. Luijendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mededingingsrechtelijke gevolgen en remedies bij oprichting gemeenschappelijke onderneming Reggefiber Group
De zaak betreft het beroep van eiseres tegen het besluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) waarin werd vastgesteld dat voor de concentratie tussen KPN en Reggefiber B.V. geen vergunning vereist is, onder voorwaarden (remedies) die mededingingsproblemen moeten voorkomen.
De rechtbank heeft de mededingingsrechtelijke gevolgen van de concentratie onderzocht, met name op het gebied van ontbundelde toegang tot glasvezelnetwerken (ODF-toegang) en wholesale-breedbandtoegang (WBT). Verweerder heeft uitgebreide remedies opgelegd, waaronder toegangsverplichtingen, non-discriminatie, tariefplafonds en transparantie, die volgens de rechtbank effectief zijn om mogelijke belemmeringen weg te nemen.
Eiseres betoogde onder meer dat de remedies onvoldoende waarborgen bevatten, met name ten aanzien van gelijktijdige toegang, functionele scheiding, handhaving en de reikwijdte van de voorwaarden. De rechtbank heeft deze bezwaren weerlegd en geoordeeld dat de remedies adequaat zijn en dat het wijzigingsbesluit met aanvullende voorwaarden de handhaafbaarheid versterkt.
De rechtbank concludeert dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat de remedies effectief zijn en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit wordt ongegrond verklaard en de opgelegde remedies worden als effectief beschouwd.