ECLI:NL:RBROT:2012:BW6138
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie vonnis hoofdelijk betalingsverplichting kredietovereenkomst
Eiseres was samen met haar ex-echtgenoot hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een kredietovereenkomst uit 1993. In 1997 werd een verstekvonnis uitgesproken waarbij zij hoofdelijk werden veroordeeld tot betaling van een geldsom. Later werd een betalingsregeling getroffen tussen de ex-echtgenoot en de rechtsopvolger van de schuldeiser, IeBe Lease, waarbij finale kwijting werd verleend.
Eiseres stelt dat deze regeling ook haar bevrijdt van verdere betalingsverplichtingen, terwijl IeBe Lease dit betwist. De rechtbank oordeelt dat er voldoende aanwijzingen zijn dat de regeling de gehele schuld betrof en dat de executie van het vonnis daarom geen rechtsgrond meer heeft. Daarnaast is sprake van een forse rente die mogelijk onredelijk is, mede doordat eiseres onvoldoende is geïnformeerd.
De rechtbank schorst daarom de tenuitvoerlegging van het vonnis totdat in een bodemprocedure definitief uitspraak is gedaan. Een dwangsom wordt niet opgelegd en partijen dragen ieder hun eigen kosten.
Uitkomst: De rechtbank schorst de executie van het vonnis uit 1997 en verbiedt IeBe Lease de executie voort te zetten totdat in een bodemprocedure een eindbeslissing is genomen.