ECLI:NL:RBROT:2012:BW6175
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurovereenkomst en ontruimingsvordering na schietincident in woning
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Woonplus Schiedam en een huurder die na een schietincident in zijn woning tijdelijk kosteloos en later tegen betaling een andere woning betrok. Woonplus stelde dat sprake was van een bruikleenovereenkomst die inmiddels was geëindigd, en vorderde ontruiming van de woning.
De huurder betwistte dit en stelde dat een huurovereenkomst was aangegaan met een overeengekomen tegenprestatie. De rechtbank overwoog dat de brief van 23 september 2011, waarin afspraken zijn vastgelegd, wijst op een huurovereenkomst met essentialia zoals gebruik en tegenprestatie. De hoogte van de vergoeding doet niet af aan het karakter van de overeenkomst.
Verder oordeelde de rechtbank dat geen sprake was van een rechtsgeldig einde van de huurovereenkomst, omdat geen schriftelijke opzegging of beëindigingsovereenkomst was overeengekomen. Ook het beroep van Woonplus op uitzonderingen op huurbescherming faalde wegens onvoldoende onderbouwing.
De vordering tot ontruiming werd daarom afgewezen en Woonplus werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P. de Bruin op 30 maart 2012.
Uitkomst: De ontruimingsvordering van Woonplus wordt afgewezen omdat de huurovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd.