ECLI:NL:RBROT:2012:BW7431
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verwijderen van privacy-inbreuk makende bewakingscamera’s tussen buren
Eiser en gedaagden zijn buren met een geschil over bewakingscamera’s die gedaagden op hun erf hebben geplaatst. Eiser vordert verwijdering van camera’s B, C en D omdat deze zijn privacy schenden. Gedaagden stellen dat de camera’s dienen ter beveiliging van hun woning en erf, mede vanwege eerdere inbraken en waardevolle bezittingen.
De rechtbank stelt vast dat het recht van gedaagden om hun eigendom te beveiligen niet onbeperkt is en dat onrechtmatige inbreuk op de privacy van eiser moet worden voorkomen. Camera C richt zich op ramen van de schuur van eiser, die dicht op de erfgrens is gebouwd met ramen zonder toestemming, wat volgens artikel 5:50 lid 1 BW Pro niet is toegestaan. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk dat camera C een onrechtmatige inbreuk maakt.
Voor camera’s B en D is vastgesteld dat zij momenteel niet op het erf van eiser zijn gericht, maar dat dit eenvoudig kan worden gewijzigd. Gezien het problematische verleden tussen partijen is de vrees van eiser voor toekomstige privacy-inbreuk niet onredelijk. Daarom wordt de vordering toegewezen met een termijn van zes maanden om een ondoorzichtige carport te plaatsen, waardoor de camera’s geen zicht meer hebben op het erf van eiser.
De vordering tot het geheel verwijderen van de camera’s wordt afgewezen, evenals de vordering om toekomstige camera’s te verbieden. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Camera C mag blijven, maar camera’s B en D moeten worden verwijderd tenzij binnen zes maanden een ondoorzichtige carport wordt geplaatst.