ECLI:NL:RBROT:2012:BW8048
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verwijtbare werkloosheid bij tijdelijke detachering en gezinsbehoud
Eiseres verzocht om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) nadat zij ontslag nam na de detachering van haar echtgenoot. Verweerder weigerde de uitkering met het argument dat eiseres verwijtbaar werkloos was geworden omdat zij haar dienstverband beëindigde zonder dat er sprake was van een verhuizing door baanwisseling van de partner.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een te strikte uitleg gaf aan de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, waarin het belang van het handhaven van het gezinsverband als dwingende reden van sociale aard wordt erkend. Gezien de langdurige detachering van medio 2010 tot medio 2013 of mogelijk 2014, en het feit dat dagelijks reizen tussen de woonplaatsen redelijkerwijs onmogelijk was, kon van eiseres niet worden verlangd haar dienstverband voort te zetten.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. Het beroep kan binnen zes weken worden voorgelegd aan de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit tot weigering van de WW-uitkering vanwege het belang van gezinsbehoud bij tijdelijke detachering.