ECLI:NL:RBROT:2012:BW8093
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening van vorderingen tussen Joystar en EB afgewezen wegens onaanvaardbaarheid
In deze civiele procedure stond centraal of EB nog een bedrag aan Joystar moest betalen voor tennisrackets en ballen die EB in april 2008 had gekocht. EB stelde dat zij reeds had betaald door verrekening met vorderingen die zij via cessies van Haltermann & Schulte (H&S) op Joystar had verkregen.
De rechtbank onderzocht of Joystar een eigen verrekeningsbevoegdheid had die de werking van EB's verrekeningsverweer kon blokkeren. Dit was complex vanwege de betrokkenheid van derden, meerdere overeenkomsten met H&S, en het faillissement van H&S. De rechtbank concludeerde dat het verrekeningsverweer van EB niet eenvoudig kon worden vastgesteld en dat het onredelijk was de procedure te belasten met bewijsperikelen over de vorderingen van Joystar op H&S.
De rechtbank oordeelde dat EB zonder commercieel belang en met kennis van de discussie tussen Joystar en H&S onaanvaardbaar had meegewerkt aan cessies die de belangen van Joystar schaadden. Daarom werd het verrekeningsverweer van EB gepasseerd. EB werd veroordeeld tot betaling van €151.484,07, vermeerderd met wettelijke rente vanaf mei en september 2008, en in de proceskosten.
Uitkomst: EB is veroordeeld tot betaling van €151.484,07 met wettelijke rente en proceskosten aan Joystar.