ECLI:NL:RBROT:2012:BW9349
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding huurovereenkomst wegens tijdelijke logé met seksuele dienstverlening
De huurovereenkomst tussen [woonstichting] en [gedaagde] betreft een woonruimte die sinds 1996 wordt gehuurd. In 2011 bood [gedaagde] tijdelijk enkele dagen onderdak aan een vriendin, [A], die vanuit het gehuurde seksuele diensten aanbood. [woonstichting] vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens het exploiteren van een illegale seksinrichting en het niet als een goed huurder gedragen.
De kantonrechter oordeelde dat het enkele feit dat seksuele diensten gedurende circa tien dagen werden aangeboden door een logé niet leidt tot wijziging van de bestemming van de woonruimte. Er was geen sprake van bedrijfsmatige exploitatie van een seksinrichting. Ook was geen sprake van onderverhuur, aangezien de logé geen vergoeding betaalde. Overlast aan omwonenden was niet vastgesteld.
De kantonrechter concludeerde dat geen tekortkoming bestond die ontbinding rechtvaardigt. De vordering van [woonstichting] werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat kortdurend verblijf van een logé die seksuele diensten verleent niet automatisch leidt tot ontbinding van de huurovereenkomst.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wegens tijdelijke seksuele dienstverlening door een logé wordt afgewezen.