ECLI:NL:RBROT:2012:BW9713
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van heffingen door AFM aan Rodamco en Unibail-Rodamco wegens doorlopend gedragstoezicht 2010
Rodamco Europe N.V. en Unibail-Rodamco S.E. hebben gezamenlijk beroep ingesteld tegen twee besluiten van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) waarin heffingen wegens doorlopend gedragstoezicht over 2010 werden gehandhaafd. De heffingen betroffen een basistarief en een variabel tarief gebaseerd op het balanstotaal van de beheerde beleggingsinstellingen. Rodamco en Unibail zijn afzonderlijke vergunninghouders en worden als aparte beheerders aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat Rodamco en Unibail geen rechtstreeks belang hebben bij de besluiten die aan de ander zijn gericht, waardoor de beroepen tegen elkaars besluiten niet-ontvankelijk zijn. De rechtbank stelt vast dat het balanstotaal van Rodamco volledig is geconsolideerd in dat van Unibail, maar dat dit geen dubbeltelling oplevert omdat bij de bepaling van het balanstotaal van Unibail geen rekening wordt gehouden met het deel dat op Rodamco ziet. Hierdoor blijft de heffingsgrondslag ongewijzigd en boven de heffingsgrens.
Eiseressen betogen dat de heffingen onevenredig hoog zijn en in strijd met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, mede gezien de intensivering van het toezicht en de stijging van de kosten. De rechtbank volgt dit niet, verwijzend naar vaste rechtspraak dat het profijtbeginsel niet vereist dat de hoogte van de heffing direct verband houdt met het toezicht op een individuele instelling. De kostenstijging is verklaarbaar door de kredietcrisis en het intensievere toezicht. De heffingssystematiek is regressief en belast kleinere instellingen relatief zwaarder.
De rechtbank verklaart de beroepen van Rodamco tegen het besluit 1 en van Unibail tegen besluit 2 ongegrond en de beroepen tegen elkaars besluiten niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: De beroepen van Rodamco en Unibail tegen de heffingen van AFM worden afgewezen; de beroepen tegen elkaars besluiten zijn niet-ontvankelijk.