ECLI:NL:RBROT:2012:BX0978
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning verhuiskostenvergoeding na onterecht afgewezen aanvraag Wmo
Eiser diende een aanvraag in voor een verhuiskostenvergoeding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), welke door verweerder werd afgewezen. Na een tussenuitspraak gaf de rechtbank verweerder de gelegenheid het besluit te herstellen, waarop een nieuw besluit werd genomen dat wederom werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte de aanvraag afwees, onder meer omdat geen wettelijke grondslag bestond om eiser te weigeren vanwege zijn vermeende capaciteit zelf in de kosten te voorzien.
De rechtbank stelde vast dat eiser en zijn echtgenote belemmeringen ondervonden bij het traplopen en inmiddels naar een adequate woning waren verhuisd. Verweerder had onvoldoende onderzoek gedaan naar de noodzaak van de verhuizing en de geschiktheid van de nieuwe woning. Ook was de motivering van verweerder gebrekkig, omdat financiële situatie van eiser onterecht werd betrokken.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder aan eiser een verhuiskostenvergoeding van €2.261,00 moest toekennen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het tweede besluit in de plaats was gekomen.
Uitkomst: Beroep tegen eerste besluit niet-ontvankelijk, beroep tegen tweede besluit gegrond, verhuiskostenvergoeding toegekend.