ECLI:NL:RBROT:2012:BX2430
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Borgtocht door echtgenoot zonder toestemming echtgenote bij financiering bedrijf
De zaak betreft een geschil tussen eisers en de Rabobank over een borgtocht die door de echtgenoot is gesteld voor een financiering van vennootschappen waarvan hij bestuurder en aandeelhouder is. De echtgenote heeft geen toestemming gegeven voor deze borgtocht en stelt dat deze vernietigbaar is op grond van artikel 1:88 BW Pro.
De Rabobank heeft een financiering verstrekt aan de vennootschappen, waarbij de echtgenoot zich borg stelde tot maximaal € 100.000,- indien het geconsolideerde garantievermogen onder 30% zou dalen. Na het faillissement van een van de vennootschappen heeft de Rabobank de financiering opgezegd en de spaartegoeden van eisers geblokkeerd.
De rechtbank oordeelt dat de borgtocht door de echtgenoot geldig is, omdat deze is gesteld ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening van de vennootschappen, waardoor toestemming van de echtgenote niet vereist is. De uitzondering in artikel 1:88 lid 5 BW Pro wordt restrictief uitgelegd, maar in dit geval is niet evident dat de borgtocht buiten de normale bedrijfsuitoefening valt.
De Rabobank wordt veroordeeld om de opzegging van de woningfinanciering en de blokkade van de spaartegoeden te schorsen totdat in een bodemprocedure is beslist over de vernietiging van de borgtocht. Tevens wordt de Rabobank veroordeeld in de proceskosten. Een voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid.
Uitkomst: De Rabobank wordt veroordeeld tot schorsing van de opzegging en blokkade tot beslissing in bodemprocedure over borgtocht.