ECLI:NL:RBROT:2012:BX3473
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Muilwijk-Schaaij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op financieringsvoorbehoud wegens ontbreken geldige ingebrekestelling
Partijen sloten op 7 februari 2011 een koopovereenkomst waarbij eiser een woning verkocht aan gedaagde. Volgens de overeenkomst diende gedaagde uiterlijk 16 maart 2011 een waarborgsom te storten of een bankgarantie te stellen. Eiser stelde gedaagde in gebreke via brieven van 4 en 18 april 2011, maar deze brieven voldeden niet aan de contractuele vereisten van een ingebrekestelling, omdat zij geen termijn van acht dagen bevatten om alsnog aan de verplichtingen te voldoen.
Gedaagde stelde dat hij niet rechtsgeldig in gebreke was gesteld en verweerde zich tegen de vordering tot betaling van de boete. De rechtbank oordeelde dat de brieven slechts aanmaningen waren en niet voldeden aan de strikte voorwaarden van artikel 12 van Pro de koopovereenkomst. Bovendien leidt het niet storten van de waarborgsom niet automatisch tot het verbeuren van de boete, omdat deze pas geldt bij verzuim omtrent levering of koopprijs.
De rechtbank wees daarom de vordering van eiser af en oordeelde dat het conservatoir loonbeslag onrechtmatig was gelegd. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente, en het beslag werd opgeheven. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiser af en heft het conservatoir loonbeslag op wegens het ontbreken van een geldige ingebrekestelling.