ECLI:NL:RBROT:2012:BX5163

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
384916 / JE RK 11-2312 en 393915 / JE RK 12-60
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.C.W. Bogaards
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontheffing ouderlijk gezag en benoeming voogd over minderjarige na gewijzigde omstandigheden

De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de raad voor de kinderbescherming tot ontheffing van de moeder van het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind en de benoeming van Stichting Bureau Jeugdzorg tot voogd. De minderjarige stond sinds 2003 onder toezicht en was sinds 2004 uit huis geplaatst. De moeder had een brief ingediend en de minderjarige had zijn mening schriftelijk kenbaar gemaakt.

De advocaat van de moeder voerde aan dat het verzoek niet ontvankelijk was vanwege een eerdere vernietiging door het hof, en subsidiar dat gewijzigde omstandigheden, waaronder een onduidelijke diagnose schizofrenie bij de moeder, het verzoek moesten afwijzen. De rechtbank stelde vast dat er wel degelijk sprake was van gewijzigde omstandigheden, onder meer omdat de minderjarige inmiddels twaalf jaar was en zijn mening had gegeven.

De rechtbank overwoog dat de maatregelen van ondertoezichtstelling en machtiging tot plaatsing niet langer passend waren, mede omdat het perspectief op thuisplaatsing ontbrak en de minderjarige door de voortdurende procedures onrust ervoer. Het belang van de minderjarige op duidelijkheid over zijn toekomst woog zwaarder dan het wachten op een definitieve diagnose bij de moeder. Daarom werd de moeder ontheven van het gezag en werd de stichting benoemd tot voogd.

Uitkomst: De moeder wordt ontheven van het ouderlijk gezag en Stichting Bureau Jeugdzorg wordt benoemd tot voogd over de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht, team jeugd
Enkelvoudige kamer
Datum uitspraak: 1 maart 2012
Zaak-/rekestnummer: 384916 / JE RK 11-2312
393915 / JE RK 12-60
Beschikking in de zaak van:
de stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam, hierna: de stichting,
en
de raad voor de kinderbescherming te Rotterdam, hierna: de raad,
met betrekking tot de minderjarige:
<naam minderjarige>, geboren op <geboortedatum> te <geboorteplaats>,
kind van de met het gezag belaste ouder, <naam moeder> (hierna: de moeder),
wonende te <adres en woonplaats>.
Het verloop van de procedure
Bij beschikking van 6 september 2011 zijn de ondertoezichtstelling en de machtiging tot plaatsing van de minderjarige in een voorziening van pleegzorg verlengd tot 10 maart 2012.
De behandeling van de zaak is voor het overig verzochte aangehouden.
Van de zijde van de moeder is een brief ingekomen, gedateerd 21 november 2011.
De raad heeft op 10 januari 2012 verzocht de moeder te ontheffen van het ouderlijk gezag over de minderjarige, met benoeming van de stichting tot voogdes. Het rapport van de raad, gedateerd 28 december 2011, en de bereidverklaring van de stichting, gedateerd
3 januari 2012, zijn hierbij gevoegd.
De zaken zijn behandeld op 23 februari 2012.
Bij die gelegenheid is gehoord:
- de raad, vertegenwoordigd door mw. R. Westerkamp;
- de stichting, vertegenwoordigd door dhr. De Vries, gezinsvoogd;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. L.A. Middelkoop;
- de grootouders.
De minderjarige heeft zijn mening kenbaar gemaakt bij brief van 9 februari 2012 waarin hij verwijst naar zijn brief van 22 augustus 2011.
De vaststaande feiten
De minderjarige staat sinds 24 juli 2003 onder toezicht en is sinds 20 september 2004 uit huis geplaatst.
De beoordeling
De advocaat van de moeder heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat de raad niet kan worden ontvangen in zijn verzoek nu het Hof bij beschikking van 2 juni 2010 de beschikking van de rechtbank d.d. 27 juli 2009 heeft vernietigd. Subsidiair heeft de advocaat zich op het standpunt gesteld dat het verzoek van de raad dient te worden afgewezen nu sprake is van gewijzigde omstandigheden in die zin dat uit een second opinion, welke de moeder heeft aangevraagd blijkt, dat de diagnose (dat bij de moeder sprake is) van schizofrenie kan worden bevestigd, noch kan worden verworpen.
De kinderrechter overweegt als volgt.
Ontvankelijkheid
Ter beantwoording van de vraag of de raad kan worden ontvangen in zijn verzoek, dient te worden bekeken of sprake is van gewijzigde omstandigheden. Nu dit een inhoudelijke beoordeling betreft kan de raad alleen om die reden al worden ontvangen in zijn verzoek.
Dat de advocaat ter terechtzitting heeft aangevoerd dat sprake is van gewijzigde omstandigheden aan de zijde van de moeder impliceert eveneens dat de raad kan worden ontvangen in zijn verzoek.
Voorts is sprake van gewijzigde omstandigheden in die zin dat, in tegenstelling tot het eerdere verzoek van de raad tot ontheffing van het gezag over de minderjarige, de minderjarige thans de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt en gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid zijn mening schriftelijk kenbaar te maken.
Ontheffing
Uit de brief van de minderjarige blijkt dat de jaarlijks terugkerende verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot plaatsing en de jaarlijkse mondelinge behandeling zorgen voor onrust en een gespannen sfeer. Hoewel de minderjarige zich heeft gehecht in het pleeggezin en zich leeftijdsadequaat ontwikkelt, heeft de gezinsvoogd de afgelopen periode opgemerkt dat de schoolprestaties van de minderjarige lijden onder de onzekerheid of hij bij de pleegouders mag blijven. Uit het onderzoek van de raad blijkt dat de minderjarige zich de laatste tijd vaker terugtrekt en na bezoekmomenten meer aanhankelijk en kinderlijk is. De afgelopen periode is niet gewerkt aan de doelen van ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van de minderjarige omdat het perspectief op thuisplaatsing van de minderjarige ontbreekt. De maatregelen van ondertoezichtstelling en machtiging tot plaatsing van de minderjarige zijn niet langer de meest passende. De kinderrechter is zich ervan bewust dat de moeder recht heeft op duidelijkheid omtrent de diagnose schizofrenie. De verrichte second opinion heeft onvoldoende duidelijkheid opgeleverd omtrent de aanwezigheid bij de moeder van schizofrenie. Door middel van een uitgebreider onderzoek kan hier meer zicht op worden verkregen. Dit betekent evenwel dat de minderjarige langer – in afwachting van de resultaten daarvan – in onzekerheid verkeert. Gelet op het voorgaande dient het belang van de minderjarige op duidelijkheid omtrent zijn toekomstperspectief naar het oordeel van de kinderrechter zwaarder te wegen dan het wachten op duidelijkheid voor de moeder omtrent de bestreden diagnose, nu de resultaten van een dergelijk verdergaand onderzoek mede afhankelijk zijn van de medewerking daaraan door de moeder.
De kinderrechter zal het verzoek van de stichting tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot plaatsing van de minderjarige in een voorziening voor pleegzorg afwijzen voor zover hierop niet eerder is beslist, nu de rechtsgrond aan het verzoek komt te vervallen.
De beslissing
Ontheft de moeder van het ouderlijk gezag over de minderjarige.
Benoemt tot voogdes over de minderjarige:
Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam, gevestigd te Rotterdam.
Veroordeelt de moeder aan de voogdes rekening en verantwoording van het gevoerde bewind over het vermogen van de minderjarige te doen.
Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Wijst af het verzoek van de stichting tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot plaatsing van de minderjarige in een voorziening voor pleegzorg, voor zover hierop niet eerder is beslist.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.W. Bogaards, kinderrechter, in bijzijn van
H.P. Eekhout, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, staat tegen deze beschikking hoger beroep open. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden voor het instellen van hoger beroep.