ECLI:NL:RBROT:2012:BX5630
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen saneringsverzoek Oosterspoorbaan wegens ontbreken rechtstreeks belang
Eiser maakte bezwaar tegen het door ProRail ingediende saneringsverzoek dat de beschikbaarheid van de Oosterspoorbaan voor doorgaand treinverkeer beëindigt. Dit besluit zou de realisatie van door eiser ontwikkelde distributieplannen in Utrecht Oost ernstig bemoeilijken. De rechtbank beoordeelde of eiser als belanghebbende kon worden aangemerkt en concludeerde dat eiser geen eigen, rechtstreeks en actueel belang heeft, omdat hij de plannen niet op eigen initiatief uitvoert en geen gebruik maakt van het spoor.
Verweerder had het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en gebrek aan belanghebberschap. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van belanghebberschap de ontvankelijkheid van het bezwaar uitsluit. Omdat verweerder op onjuiste gronden tot de juiste beslissing kwam, werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, terwijl de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven.
De rechtbank bepaalde tevens dat verweerder het betaalde griffierecht aan eiser moet vergoeden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen vergoeding in aanmerking kwam. De uitspraak werd gedaan door rechter J.H. de Wildt op 16 augustus 2012.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens ontbreken van rechtstreeks belang van eiser.