ECLI:NL:RBROT:2012:BX5766
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- De Jong
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schadevergoeding na vrijspraak in strafzaak woninginbraak
De verzoeker was van 25 februari 2011 tot en met 8 april 2011 gedetineerd op verdenking van diefstal in vereniging met braak. Na vrijspraak op 27 mei 2011 vroeg hij op grond van artikel 89 Sv Pro een vergoeding voor immateriële schade en op grond van artikel 591a Sv een vergoeding voor kosten juridische bijstand.
De rechtbank stelt vast dat er voldoende aanwijzingen waren voor de verdenking, mede gelet op de eerste bekentenis van verzoeker en de verdachte omstandigheden waaronder hij werd aangetroffen met een breekijzer en handschoenen bij een inbraakmelding. Hierdoor was de toepassing van vrijheidsbenemende dwangmiddelen gerechtvaardigd.
De rechtbank oordeelt dat het aan verzoeker zelf te wijten is dat de verdenking is ontstaan en gebleven. Daarom zijn geen billijkheidsgronden aanwezig voor vergoeding van immateriële schade of kosten juridische bijstand. Het beroep op jurisprudentie van het EHRM leidt niet tot een ander oordeel.
De verzoeken worden afgewezen.
Uitkomst: Verzoeken tot vergoeding van immateriële schade en kosten juridische bijstand worden afgewezen wegens het ontbreken van billijkheidsgronden.