ECLI:NL:RBROT:2012:BX6303
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- P.H. Veling
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid
Verzoeker heeft via zijn raadsvrouw een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters van de rechtbank Rotterdam, sector Strafrecht, omdat hij vreesde dat de rechters niet onpartijdig waren. Dit vermoeden was gebaseerd op het feit dat verzoeken om Belgische stukken toe te voegen aan het dossier en een verbalisant te horen werden afgewezen. De verdediging stelde dat hierdoor de rechters geen openheid toonden voor nader onderzoek en dat dit de schijn van vooringenomenheid wekte.
De rechtbank heeft dit wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld. De rechters hebben toegelicht dat op basis van het internationale vertrouwensbeginsel informatie uit het buitenland kan worden gebruikt voor opsporingsonderzoek, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn die het tegendeel bewijzen. Er waren geen feiten of aanwijzingen die rechtvaardigen dat de buitenlandse informatie onrechtmatig was verkregen. De afwijzing van de verzoeken was daarom gemotiveerd en begrijpelijk.
De officier van justitie steunde de beslissing tot afwijzing van het wrakingsverzoek en benadrukte dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond voor wraking is. Alleen als een beslissing zo onbegrijpelijk is dat vooringenomenheid de enige redelijke verklaring is, kan wraking worden toegewezen.
De wrakingskamer concludeerde dat de enkele afwijzing van verzoeken geen zwaarwegende aanwijzing vormt voor vooringenomenheid. De beslissing was helder en goed gemotiveerd. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De uitspraak werd gedaan op 31 augustus 2012 door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam, waarbij ook een tolk aanwezig was vanwege de taalbeperking van verzoeker.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.