ECLI:NL:RBROT:2012:BX6308
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- M.F.L.M. van der Grinten
- P.H. Veling
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens geen aanwijzing voor vooringenomenheid van rechters
Verzoeker, in voorlopige hechtenis wegens ernstige verdenkingen van verkrachting en ontucht, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de rechtbank Rotterdam. Hij stelde dat de rechters vooringenomen waren omdat zij weigerden voorafgaand aan of tijdens de pro forma-zitting van 16 augustus 2012 de geluidsopnamen te beluisteren die cruciaal waren voor de beoordeling van de ernstige bezwaren tegen hem.
De rechters gaven aan dat zij de voorkeur gaven aan het afwachten van een technisch verbeterde versie van de geluidsband en het bijbehorende proces-verbaal, dat op korte termijn beschikbaar zou komen. De rechtbank oordeelde dat deze beslissing niet onbegrijpelijk was en dat de rechters zich voldoende geïnformeerd achtten om te beslissen over het voortduren van de voorlopige hechtenis.
De rechtbank benadrukte dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen reden tot wraking is, tenzij deze zo onbegrijpelijk is dat alleen vooringenomenheid als verklaring overblijft. Dit was hier niet het geval. De vrees van verzoeker voor vooringenomenheid werd niet objectief gerechtvaardigd geacht.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De rechtbank concludeerde dat de rechters onafhankelijk en onpartijdig zijn gebleven en dat de procedure op een eerlijke wijze kon worden voortgezet.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechters wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.