ECLI:NL:RBROT:2012:BX6987
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Letselschade door medische kunstfout bij behandeling versplinterde heupfractuur
Eiseres werd op 13 maart 1998 geopereerd aan een zeer gecompliceerde beide pijlerfractuur van het acetabulum door gedaagde 1, een traumachirurg. De rechtbank stelde vast dat gedaagde 1 niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft gehandeld, onder meer door onvoldoende aandacht aan de achterste pijler te geven en het niet gebruikmaken van een fractuurset. De aansprakelijkheid van gedaagde 1 en de Stichting Maasstad Ziekenhuis werd erkend.
Deskundigenrapporten toonden aan dat het onmogelijk is om objectief vast te stellen welke restklachten en beperkingen eiseres zou hebben gehad zonder de fout, mede door de ernst van de fractuur en bijkomende complicaties zoals zenuwbeschadiging en infecties. De kans op het ontwikkelen van artrose was ook bij optimale behandeling aanzienlijk, geschat op circa 75%.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres op de omkeringsregel wegens onvoldoende aannemelijkheid van causaal verband. Wel achtte de rechtbank denkbaar dat proportionele aansprakelijkheid van toepassing kan zijn, maar stelde dat hierover aanvullende deskundigenvragen nodig zijn. De zaak werd aangehouden voor nadere besluitvorming na aanvullende rapportage en schriftelijke uitlatingen van partijen.
Uitkomst: Gedaagde 1 heeft onvoldoende zorgvuldig geopereerd, maar causaal verband met beperkingen eiseres is niet bewezen; mogelijk proportionele aansprakelijkheid, zaak aangehouden.