ECLI:NL:RBROT:2012:BX7371
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidieverlaging en redelijke termijn bij structurele onderwijsactiviteiten
Eiseres ontvangt sinds 1990 jaarlijks subsidie voor onderwijsactiviteiten van verweerder. Voor het schooljaar 2010/2011 werd de subsidie aanzienlijk verlaagd ten opzichte van de aanvraag en het voorgaande jaar. Eiseres maakte bezwaar tegen de subsidieverlaging en stelde dat verweerder de redelijke termijn niet in acht had genomen, waardoor vergoeding van reorganisatiekosten gerechtvaardigd was.
De rechtbank overwoog dat de subsidie een structurele subsidie betreft voor voortdurende activiteiten en dat de subsidieverlaging een gedeeltelijke weigering van voortzetting van een meerjarige subsidierelatie inhoudt. Verweerder was daarom gehouden een redelijke termijn in acht te nemen. De rechtbank stelde vast dat de aankondiging van de subsidievermindering op 22 april 2010 concreet en tijdig was, zodat eiseres voldoende tijd had voor de noodzakelijke organisatorische aanpassingen.
De rechtbank verwierp het standpunt van eiseres dat verweerder onderscheid mocht maken tussen structurele en nieuwe activiteiten met betrekking tot de redelijke termijn. Tevens werd geoordeeld dat de latere bezuiniging per 1 januari 2011 pas vanaf oktober 2010 bekend was en dat ook daarvoor de redelijke termijn in acht was genomen. Gezien deze omstandigheden was geen grond voor vergoeding van reorganisatie- of frictiekosten.
Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de subsidieverlaging wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.