ECLI:NL:RBROT:2012:BX7436
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Marseille
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming medische GGZ-behandeling veertienjarige
Bureau Jeugdzorg heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend om vervangende toestemming te verkrijgen voor een GGZ-behandeling van een veertienjarige minderjarige, omdat de vader zijn toestemming weigerde te geven. De minderjarige heeft schriftelijk haar wens tot behandeling kenbaar gemaakt en de moeder stemde in met de behandeling. GGZ Delfland weigert zonder toestemming van de vader met de behandeling te starten.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige ondanks de weigering van de vader de behandeling nog steeds weloverwogen wenst en dat zij tot een redelijke waardering van haar belangen in staat is. De wettelijke bepalingen in artikel 7:446 e.v. BW en artikel 1:264 BW Pro zijn daarbij van belang. Artikel 1:264 BW Pro is van toepassing bij minderjarigen jonger dan twaalf jaar, maar wordt analoog toegepast wanneer een minderjarige ouder dan twaalf jaar niet tot redelijke waardering van haar belangen in staat is.
Omdat de minderjarige in dit geval weloverwogen haar wens tot behandeling heeft uitgesproken en geen aanwijzingen zijn dat zij niet tot redelijke waardering van haar belangen in staat is, is vervangende toestemming door de kinderrechter niet noodzakelijk. Het verzoek van Bureau Jeugdzorg is daarom afgewezen.
De ouders waren niet aanwezig bij de zitting, maar de gezinsvoogd heeft het verzoek gehandhaafd. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open, dat alleen door een advocaat kan worden ingesteld binnen drie maanden na dagtekening van de beschikking.
Uitkomst: Het verzoek om vervangende toestemming voor de GGZ-behandeling van de minderjarige wordt afgewezen.