ECLI:NL:RBROT:2012:BX7988
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom AFM wegens overtreding Wft
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft verzoekster een last onder dwangsom opgelegd omdat zij onvoldoende informatie verstrekte in een onderzoek naar het vermoeden dat verzoekster krediet aanbood zonder de vereiste vergunning, in strijd met artikel 2:60, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft).
Verzoekster betoogde dat AFM niet bevoegd was de informatie op te vragen, dat zij zwijgrecht had, en dat het besluit in strijd was met diverse algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De voorzieningenrechter oordeelde dat AFM de informatie redelijkerwijs mocht opvragen en dat het beroep op zwijgrecht faalde omdat er nog geen sprake was van een strafrechtelijke procedure.
De voorzieningenrechter vond de begunstigingstermijn van tien werkdagen en de hoogte van de dwangsom niet onredelijk of disproportioneel. Ook de publicatie van het besluit werd gerechtvaardigd geacht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, maar de dwangsom werd voor drie dagen geschorst om verzoekster alsnog de gelegenheid te geven aan de last te voldoen.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom werd afgewezen met een beperkte schorsing van drie dagen.