ECLI:NL:RBROT:2012:BY0546
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel ouderbijdrage afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing verjaring en hardheidsclausule
De zaak betreft een verzet tegen een dwangbevel van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) voor een ouderbijdrage over de periode van 1 juli 2001 tot en met 31 mei 2008. Eiser betwist de hoogte van de vordering en stelt dat delen verjaard zijn en dat een korting op grond van de hardheidsclausule moet worden toegepast.
De rechtbank stelt vast dat eiser al betalingen heeft verricht en dat het LBIO een overzicht heeft verstrekt waaruit blijkt dat de verjaringstermijn niet is verstreken en tijdig is gestuit. Het beroep op verjaring wordt daarom afgewezen. Ten aanzien van de hardheidsclausule over de periode 1996-1999 is geoordeeld dat deze alleen geldt als de ouder niet in staat was te betalen en geen kinderbijslag ontving; omdat eiser in die periode wel betalingen heeft gedaan, is geen korting van toepassing.
Verder is het beroep op rechtsverwerking door het LBIO verworpen omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die het gerechtvaardigd vertrouwen wekken dat eiser zijn aanspraak niet meer zou geldend maken. Het verzet wordt ongegrond verklaard en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt ongegrond verklaard en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.