ECLI:NL:RBROT:2012:BY1371
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging verstekvonnis wegens feitelijke misslag in verzetprocedure
In deze civiele verzetprocedure stond de ontvankelijkheid van eiser in het verzet tegen een verstekvonnis centraal. De rechtbank oordeelde dat eiser pas op of na 9 februari 2012 bekend was geworden met het verstekvonnis, waardoor de verzetstermijn nog niet was verstreken en eiser ontvankelijk was in het verzet.
Eiser vorderde tevens schorsing van de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis. De rechtbank stelde dat executie slechts kan worden verboden indien de executie onaanvaardbaar is, bijvoorbeeld bij een juridische of feitelijke misslag. In dit geval bleek dat de rechtbank abusievelijk de zuivering van het verstek niet had verwerkt, waardoor het verstekvonnis onterecht was gewezen.
De rechtbank oordeelde dat aan de voorwaarden voor schorsing van de executie was voldaan en schorste de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van eiser toegewezen aan de wederpartij.
Uitkomst: De rechtbank schorst de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis wegens een feitelijke misslag en verklaart eiser ontvankelijk in het verzet.