ECLI:NL:RBROT:2012:BY1785
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering in oppositie na verstek in vrijwaring over huurachterstand en contractbeëindiging
Partijen, opposante en geopposeerde, hadden gezamenlijk een huurovereenkomst gesloten voor een woonruimte. Opposante zegde de huurovereenkomst op en verliet de woning, maar liet haar kasten achter. Geopposeerde betaalde de huur niet tijdig en werd door verhuurder aangesproken. Geopposeerde riep opposante in vrijwaring, die verstek liet gaan en bij vonnis werd veroordeeld tot betaling.
Opposante stelde verzet in tegen het verstekvonnis en voerde aan dat zij niet meer contractspartij was na haar opzegging en dat zij niet hoofdelijk aansprakelijk kon worden gehouden voor huurachterstanden na beëindiging. De rechtbank oordeelde dat de huurovereenkomst tussen opposante en verhuurder was geëindigd en dat opposante niet aansprakelijk was voor huurpenningen die na die datum opeisbaar werden.
De rechtbank vernietigde het verstekvonnis en wees de vordering van geopposeerde af. Geopposeerde werd veroordeeld in de proceskosten, met uitzondering van kosten die verband hielden met het niet verschijnen van opposante in eerste aanleg.
Uitkomst: Het verstekvonnis tegen opposante wordt vernietigd en de vordering van geopposeerde wordt afgewezen.