ECLI:NL:RBROT:2012:BY1820
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst juridische werkzaamheden en opdrachtverlening
Op 15 januari 2008 sloten eiseres en gedaagde een overeenkomst van opdracht waarbij eiseres juridische werkzaamheden zou verrichten. Eiseres verleende juridische bijstand in een procedure tussen gedaagde en een derde partij, waarvoor zij facturen stuurde die onbetaald bleven.
Gedaagde betwistte de vordering en stelde dat hij geen concrete opdracht had gegeven voor de gedeclareerde werkzaamheden, met name na 4 maart 2010, toen hij per e-mail had aangegeven dat werkzaamheden alleen na zijn toestemming mochten worden verricht. Eiseres erkende deze afspraak, zoals blijkt uit e-mails waarin zij expliciet toestemming vroeg voor het verrichten van werkzaamheden.
De kantonrechter oordeelde dat vanaf 4 maart 2010 eiseres steeds vooraf toestemming moest verkrijgen, maar dat gedaagde wel opdracht heeft gegeven voor het opstellen en indienen van een antwoordakte. Ook de overige werkzaamheden vielen onder deze opdracht. Het verweer dat eiseres haar verplichtingen niet was nagekomen faalde, omdat gedaagde dit niet aannemelijk had gemaakt.
De vordering tot betaling van €3.733,31 aan hoofdsom en €143,30 aan wettelijke rente werd toegewezen. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen omdat deze niet voldoende waren gespecificeerd. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.876,61 aan eiseres voor juridische werkzaamheden, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.