ECLI:NL:RBROT:2012:BY2622
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering loon en wedertewerkstelling na ontslag op staande voet wegens administratievervalsing
In deze kortgedingprocedure vordert de werknemer betaling van loon en wedertewerkstelling na ontslag op staande voet door de werkgever wegens vermeende vervalsing van de administratie. De werknemer was afdelingsmanager slagerij en verantwoordelijk voor het opmaken van de voorraadbalans. Na terugkomst van vakantie constateerde de werkgever een groot verschil in voorraadcijfers en schortte de werknemer op. Na onderzoek volgde ontslag op staande voet wegens frauduleuze handelingen.
De kantonrechter beoordeelt of het ontslag op staande voet in een bodemprocedure stand zal houden. De werkgever heeft aannemelijk gemaakt dat sprake is van een dringende reden, namelijk het vervalsen van de administratie, en dat het ontslag onverwijld en met mededeling van de reden is gegeven. De werknemer heeft geen voldoende verklaring gegeven voor de afwijkende wijze van balansen, terwijl hij wist dat verbetering van de cijfers noodzakelijk was.
Gelet op de omstandigheden acht de kantonrechter het aannemelijk dat het ontslag standhoudt. De vorderingen van de werknemer worden daarom afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. Hiermee wordt bevestigd dat de werkgever terecht heeft gehandeld bij het ontslag op staande voet.
Uitkomst: De vordering tot loonbetaling en wedertewerkstelling wordt afgewezen omdat het ontslag op staande voet terecht en onverwijld is gegeven.