ECLI:NL:RBROT:2012:BY2884
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst door opzegging werknemer bevestigd door getuigen
In deze zaak stond centraal of de werknemer de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk had opgezegd op 25 januari 2011. De werkgever werd toegelaten tot bewijslevering en bracht getuigenverklaringen in van twee leidinggevenden en een magazijnmedewerker. Uit deze verklaringen bleek dat de werknemer die dag aan zijn direct leidinggevende had medegedeeld te stoppen met werken en vervolgens drie maanden naar het buitenland vertrok.
De kantonrechter stelde vast dat de werkgever zich voldoende had vergewist van de opzegging, zoals vereist volgens vaste jurisprudentie, waarbij een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werknemer noodzakelijk is. Het feit dat de werknemer na terugkomst om een ontslagbrief vroeg, maar deze niet kreeg, en zijn gemachtigde stelde dat de arbeidsovereenkomst nog doorliep, deed hieraan niet af.
De arbeidsovereenkomst eindigde derhalve op 25 januari 2011. De vorderingen van de werknemer werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten van de werkgever. Dit vonnis werd gewezen door de kantonrechter A. Buizer en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is geëindigd op 25 januari 2011 door opzegging van de werknemer; vorderingen van de werknemer worden afgewezen.