ECLI:NL:RBROT:2012:BY3181
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid werknemer wegens ontbreken spoedeisend belang en second opinion bij loonvordering
Eiseres is sinds 1998 in dienst bij het hotel en is sinds mei 2010 arbeidsongeschikt vanwege klachten aan haar rechter schouder en knie. Haar loondoorbetalingsperiode werd door het UWV verlengd tot mei 2013 omdat het hotel haar re-integratieverplichtingen niet nakwam. Het hotel schortte in februari 2012 de loonbetaling op wegens vermeende niet-medewerking aan re-integratie, waaronder het niet verschijnen bij afspraken met de bedrijfsarts.
Eiseres stelde dat zij wegens ziekte niet kon verschijnen en dit altijd vooraf had gemeld, waardoor er geen sprake was van ongeoorloofde afwezigheid. Zij vorderde betaling van haar loon met wettelijke verhoging en rente. Het hotel voerde verweer dat eiseres niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het ontbreken van spoedeisend belang en het ontbreken van een second opinion, en dat de loonstop terecht was vanwege meerdere redenen waaronder het niet meewerken aan re-integratie en mediation.
De kantonrechter oordeelde dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat er sprake was van spoedeisend belang, mede omdat zij pas acht maanden na de loonstop een procedure was gestart en geen nadere financiële omstandigheden had gesteld. Tevens ontbrak een verklaring van een UWV-deskundige (second opinion) die vereist is bij een loonvordering in geval van een geschil over re-integratie. Daarom werd eiseres niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar loonvordering wegens ontbreken spoedeisend belang en second opinion.