ECLI:NL:RBROT:2012:BY3559
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Zelm van Eldik
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs aanvaring en tijdige stuiting verjaring
Op 12 februari 2009 ontstond schade aan de duwbak Passaat, waarbij Benebarge de eigenaar was. Benebarge stelde dat de schade was veroorzaakt door een aanvaring met de duwbak Condor, die was afgemeerd door het binnenschip Mureen of bij het weghalen door de duwboot Maurice, eigendom van respectievelijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. Benebarge vorderde vergoeding van de schade en stelde dat beide gedaagden aansprakelijk waren.
De rechtbank oordeelde dat de vordering beheerst werd door Nederlands recht en dat de verjaringstermijn van twee jaar was gestuit door het tijdig uitbrengen van de dagvaarding, ook al was [gedaagde 2] in België gevestigd. De betekening aan [gedaagde 2] vond plaats conform Europese regelgeving en was tijdig.
Feitelijk was onvoldoende bewezen dat de schade was ontstaan door een aanvaring tussen de Condor en de Passaat tijdens het afmeren of weghalen. Diverse verklaringen en expertiserapporten boden geen sluitend bewijs voor de oorzaak van de schade. Ook was niet aannemelijk dat de Mureen de schade had veroorzaakt. De rechtbank concludeerde dat de vordering van Benebarge tegen beide gedaagden moest worden afgewezen en veroordeelde Benebarge in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs en oordeelt dat de verjaring tijdig is gestuit.