ECLI:NL:RBROT:2012:BY3660
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs manipulatie taxatierapporten bij verkoop onroerend goed
Eisers vorderden een verklaring voor recht en schadevergoeding omdat gedaagden onrechtmatig zouden hebben gehandeld door panden te verkopen tegen te hoge prijzen op basis van gemanipuleerde taxatierapporten. De rechtbank stelde vast dat de taxatiewaarden in relevante mate afweken van de marktwaarde, maar dat eisers onvoldoende bewijs leverden dat gedaagden de taxateurs bewust hadden beïnvloed tot onjuiste taxaties.
Het deskundigenrapport toonde aan dat de taxatiewaarden systematisch hoger waren dan de marktwaarde, met een bandbreedte van 21% onzekerheid. Getuigenverklaringen van taxateurs en betrokkenen toonden aan dat eisers zelf geen directe invloed hadden op de taxaties en dat de taxateurs ontkenden bewust onjuiste rapporten te hebben opgesteld. De rechtbank concludeerde dat het bewijs niet voldeed aan de cumulatieve bewijsopdracht dat gedaagden contact hadden gehad met taxateurs en hen hadden aangezet tot onjuiste waarderingen.
De rechtbank verwierp ook het subsidiaire beroep op aansprakelijkheid van het makelaarskantoor, omdat ook daarvoor geen onrechtmatig handelen was vastgesteld. De vordering werd afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt dat een te hoge taxatiewaarde op zich niet voldoende is voor toewijzing zonder bewijs van kwade trouw of manipulatie.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs dat gedaagden de taxatierapporten hebben gemanipuleerd.