ECLI:NL:RBROT:2012:BY3753
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.J.P. van Essen
- H.J.M. van der Kaaij
- E.F. Lagerwerf-Vergunst
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk wegens te late indiening na zitting
Verzoekster heeft op 10 oktober 2012 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-kinderrechter die op 2 oktober 2012 een zitting met gesloten deuren hield in een zaak over ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van haar minderjarige kind.
De wrakingskamer heeft onderzocht of het verzoek tijdig was ingediend, zoals vereist door artikel 37 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Verzoekster was aanwezig bij de zitting van 2 oktober 2012 en was toen reeds op de hoogte van de gedragingen en beslissingen van de rechter waarop het wrakingsverzoek is gebaseerd.
De kamer oordeelt dat het verzoek niet binnen de vereiste korte termijn na bekendwording van de feiten is gedaan. Hoewel verzoekster aanvoerde dat zij eerst onderzoek moest doen naar haar mogelijkheden en hierover met deskundigen sprak, is het indienen van het verzoek acht dagen na de zitting te laat. Daarom is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening na de zitting.