ECLI:NL:RBROT:2012:BY3760
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.J.P. van Essen
- H.J.M. van der Kaaij
- R.F. de Knoop
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek getuige tegen rechter-commissaris
In deze zaak heeft een getuige, gehoord door de rechter-commissaris in een strafonderzoek, een wrakingsverzoek ingediend tegen deze rechter-commissaris. De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek inhoudelijk beoordeeld en geconcludeerd dat de getuige niet behoort tot de groep personen die op grond van artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering een wrakingsverzoek kunnen indienen. Dit artikel beperkt het wrakingsrecht tot de verdachte en het openbaar ministerie.
Daarnaast heeft de rechtbank overwogen dat de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), die het recht op een eerlijk proces waarborgen, niet van toepassing zijn op een getuige omdat deze bepalingen specifiek de verdedigingsbelangen van een verdachte beschermen. In deze zaak was er geen sprake van dat de getuige ook als verdachte werd beschouwd.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek daarom niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer voor wrakingszaken, waarbij alle betrokken partijen, waaronder de officier van justitie en advocaten van de verdachten, aanwezig waren. Hiermee is bevestigd dat een getuige geen zelfstandig wrakingsrecht heeft tegen een rechter-commissaris die hem hoort in het kader van een strafonderzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van de getuige tegen de rechter-commissaris is niet-ontvankelijk verklaard.