ECLI:NL:RBROT:2012:BY4062
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Geerars
- Vroom
- Stalenberg
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs mensensmokkel en illegale tewerkstelling in huishouding
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die een minderjarig meisje, illegaal verblijvend in Nederland, gedurende bijna acht jaar in haar gezin had opgevangen. Het meisje verrichtte huishoudelijke werkzaamheden en zorgde voor het kind van verdachte.
De officier van justitie eiste aanvankelijk een veroordeling wegens mensensmokkel en illegale tewerkstelling, met een werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf. De verdediging stelde dat verdachte uit humanitaire motieven handelde en geen winstbejag had.
De rechtbank oordeelde dat het niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte uit winstbejag behulpzaam was bij het verschaffen van verblijf, noch dat er sprake was van arbeid krachtens overeenkomst. Hoewel het verblijf van het meisje wederrechtelijk was, ontbrak het bewijs voor het vereiste opzet op winstbejag. Ook de aard van de werkzaamheden en de omstandigheden gaven onvoldoende aanleiding tot een veroordeling.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten, waaronder mensensmokkel en illegale tewerkstelling. De vrijspraak werd niet nader gemotiveerd omdat zowel officier van justitie als verdediging dit hadden bepleit.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van mensensmokkel en illegale tewerkstelling wegens onvoldoende bewijs van winstbejag en arbeidsovereenkomst.