ECLI:NL:RBROT:2012:BY4530
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en schadevergoeding voor bouwschade door werkzaamheden aan belendend pand
Eiseres en gedaagden zijn buren met aangrenzende panden. In 2004 sloten zij een vaststellingsovereenkomst waarin werd bepaald dat werkzaamheden aan het pand van gedaagde 1 en 2 schade aan het pand van eiseres konden veroorzaken, waarvoor zij gevrijwaard zou worden. Na de werkzaamheden in november 2004 werd een vooropname gemaakt van de staat van het pand van eiseres, gevolgd door na-opnames in 2006 en een bouwkundige opname in 2009.
Eiseres vordert dat gedaagden hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade veroorzaakt door de werkzaamheden, bestaande uit herstelkosten en waardevermindering. Gedaagden betwisten onder meer de omvang van de schade en de interpretatie van de overeenkomst, met name artikel 3 dat Pro stelt dat elke verandering in de staat van het pand als gevolg van de werkzaamheden geldt.
De rechtbank oordeelt dat artikel 3 duidelijk Pro een causale relatie vastlegt tussen de werkzaamheden en alle veranderingen aan het pand, ongeacht de normale wettelijke regels. De vaststellingsovereenkomst geldt als uitgangspunt, en eiseres hoeft slechts de veranderingen aan te tonen. De stellingen van gedaagden dat alleen de na-opname van een deskundige bindend zou zijn, worden verworpen omdat dit niet in de overeenkomst is opgenomen.
De rechtbank acht het bewijs van eiseres, met name het proces-verbaal van 2009, voldoende om de veranderingen vast te stellen. De reeds door gedaagde 1 betaalde vergoeding van circa € 2.700 wordt erkend, maar sluit niet uit dat verdere schadevergoeding verschuldigd is. De omvang van de schade moet nader worden geconcretiseerd en besproken tijdens een comparitie, waarbij ook een eventuele schikking kan worden nagestreefd.
De rechtbank wijst erop dat de schadevergoeding in beginsel gebaseerd moet zijn op herstelkosten, tenzij herstel niet mogelijk is en waardevermindering aan de orde is. Ook wordt een voorschot op de schadevergoeding gevorderd, maar toewijzing daarvan is uitzonderlijk en zal afhangen van de mate waarin het bedrag vaststaat.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schade veroorzaakt door de werkzaamheden en veroordeeld tot vergoeding van herstelkosten en waardevermindering.