ECLI:NL:RBROT:2012:BY5727
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.J.P. van Essen
- P.H. Veling
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens onvoldoende grond voor partijdigheidsvrees rechter
Verzoeker stelde beroep in tegen een administratiefrechtelijke sanctie wegens een vermeende overtreding van een parkeerverbod. Hij nam zijn echtgenote mee als getuige, die ook de beroepschriften medeondertekende. De rechter besloot haar niet te horen, wat verzoeker aanvoerde als reden voor wraking wegens vermeende partijdigheid.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de echtgenote al deel uitmaakten van het dossier en dat de rechter niet verplicht was haar als getuige te horen in deze beroepsprocedure. Het niet horen van de echtgenote was niet zodanig onbegrijpelijk dat dit een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleverde.
De rechtbank benadrukte dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond voor wraking is en dat er geen aanwijzingen waren voor subjectieve onpartijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is ongegrond verklaard en afgewezen.