ECLI:NL:RBROT:2012:BY5731

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
409180 / HA RK 12-732
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:298 BWArt. 37 lid 1 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek rechter Rotterdam niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

Op 6 september 2012 vond een zitting plaats waarbij verzoekers aanwezig waren en kennis namen van de uitlatingen, gedragingen en beslissingen van de rechter die zij later wilden wraken. Het wrakingsverzoek werd pas op 17 september 2012 ingediend, ruim na de zitting. Volgens vaste jurisprudentie moet een wrakingsverzoek onmiddellijk worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn, met slechts een korte beraadtermijn toegestaan.

Verzoekers stelden dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat zij nauwelijks Nederlands spreken en niet op de hoogte waren van de wrakingsmogelijkheid tijdens de zitting. Na reflectie en juridisch advies dienden zij het verzoek in. De wrakingskamer oordeelde echter dat gezien de omstandigheden en het feit dat hun advocaat al op 31 juli 2012 was ingeschakeld, van verzoekers mocht worden verwacht dat zij het verzoek binnen enkele dagen na de zitting hadden ingediend.

De wrakingskamer verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk. Verzoekers en hun advocaat waren voor de zitting uitgenodigd, maar verschenen op de vervolgdatum niet. De beslissing werd op 11 december 2012 uitgesproken door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn voor indiening.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Uitspraak: 11 december 2012
Zaaknummer: 409180
Rekestnummer: HA RK 12-732
Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:
[naam verzoeker 1]
wonende te [woonplaats],
en
[naam verzoeker 2],
wonende te [woonplaats],
verzoekers,
advocaat mr. R.J.C. Bindels,
strekkende tot wraking van [naam gewraakte rechter], rechter in de rechtbank Rotterdam, sector civiel recht (hierna: de rechter).
1. Het procesverloop en de processtukken
Ter zitting van 6 september 2012 is door de rechter behandeld het door [naam verzoeker in de bodemprocedure] ingediende verzoekschrift en aanvullende verzoekschrift ex artikel 2:298 van Pro het Burgerlijk Wetboek, in welke procedure (onder meer) verzoekers als belanghebbenden zijn aangemerkt. Deze procedure draagt bij de sector civiel recht het kenmerk 401131 / HA RK 12-304.
Bij faxbericht van 17 september 2012 hebben verzoekers de rechter gewraakt.
De wrakingskamer heeft kennis genomen van het griffiedossier van de hiervoor omschreven procedure bij de sector civiel recht van deze rechtbank, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting.
Verzoekers en de rechter zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.
De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.
Ter zitting van 12 oktober 2012 is met de behandeling van het verzoek aangevangen, waarna die behandeling is aangehouden teneinde verzoekers in de gelegenheid te stellen een door een advocaat ondertekend exemplaar van het wrakingsverzoek ter griffie in te dienen. Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt.
Op 25 oktober 2012 is ter griffie ingekomen het door de advocaat van verzoekers ondertekende wrakingsverzoek.
De behandeling van de zaak is voortgezet ter zitting van 4 december 2012.
Op die zitting is verschenen: de rechter.
Verzoekers en hun advocaat zijn - hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen - zonder bericht van verhindering niet verschenen.
2. De ontvankelijkheid van het verzoek
2.1.
In de eerste plaats is aan de orde de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan, namelijk zodra de feiten en omstandigheden waarop het wrakingsverzoek is gegrond aan verzoekers bekend waren geworden - zoals artikel 37 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vereist.
2.2.
De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe het volgende. Verzoekers hebben aan hun verzoek tot wraking ten grondslag gelegd uitlatingen, gedragingen en beslissingen van de rechter op de zitting van 6 september 2012. Verzoekers waren op die zitting aanwezig en hebben bij die gelegenheid kennis genomen van die uitlatingen, gedragingen en beslissingen.
Het is vaste jurisprudentie dat de zinsnede "zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn" betekent dat een wraking dient te worden gedaan onmiddellijk na het bekend worden van de feitelijke grond tot wraking, waarbij een korte tijd voor beraad acceptabel is.
In dit geval is die termijn ruimschoots overschreden. De gewraakte gedragingen van de rechter hebben zich immers voorgedaan op de zitting van 6 september 2012, terwijl het verzoek tot wraking eerst op 17 september 2012 bij de griffie is ingekomen.
2.3
Verzoekers hebben nog aangevoerd dat de hiervoor bedoelde termijnoverschrijding verschoonbaar is, omdat zij amper Nederlands spreken en ten tijde van de behandeling ter zitting van 6 september 2012 niet afwisten van de mogelijkheid van wraking. Pas na afloop van de zitting is door reflectie op een aantal gebeurtenissen tijdens de zitting bij verzoekers en hun gemachtigde het vermoeden van vooringenomenheid ontstaan. Vervolgens heeft de gemachtigde van verzoekers informatie ingewonnen via internet middels jurisprudentie-onderzoek. Hieruit is hem de mogelijkheid van wraking bekend geworden, waarna hij twee advocaten advies gevraagd heeft over de wijze waarop hij diende te handelen, mede omdat hij meende dat de zaak al was afgedaan. Hierop hebben verzoekers middels hun gemachtigde het wrakingsverzoek ingediend.
Naar het oordeel van de wrakingskamer had echter ook binnen deze context van verzoekers mogen worden verwacht dat zij het verzoek tot wraking binnen enkele dagen na de zitting van 6 september 2012 zouden hebben gedaan, hetgeen temeer geldt nu hun advocaat zich reeds op 31 juli 2012 in het geding had gesteld als gemachtigde voor verzoekers. Het indienen van het verzoek na 11 dagen kan niet worden aangemerkt als "zodra de feiten of omstandigheden bekend zijn geworden".
2.4
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoekers niet ontvankelijk dienen te worden verklaard in het wrakingsverzoek.
3. De beslissing
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van [naam gewraakte rechter].
Deze beslissing is gegeven op 11 december 2012 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. P.H. Veling en mr. P. Vrolijk, rechters.
Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.